Een stad met betaalbare huurprijzen voor elke portemonnee

De huurprijzen schieten door de daken van Mokum. Amsterdam is al jaren met voorsprong de duurste gemeente van Nederland voor mensen die huren. Een twijfelachtige eer, vindt de Federatie Amsterdamse Huurderskoepels (FAH).

De meeste Amsterdamse huurders zijn meer dan de helft van hun inkomen kwijt aan maandelijkse woonlasten. Dit geldt natuurlijk vooral voor de doorgedraaide commerciële huurmarkt (de ‘vrije sector’), waar gemakkelijk € 2.500,– per maand wordt neergeteld voor een klein appartementje driehoog-achter.

Maar het geldt inmiddels ook voor de sociale huursector, waar een huurprijs tot € 720,– per maand voor ‘betaalbaar’ doorgaat terwijl dit toch een magistraal bedrag is voor huishoudens met een klein inkomen of schuldproblemen, AOW’ers en uitkeringsgerechtigden, zelfs als iemand recht heeft op huurtoeslag. Nieuwbouwhuizen in het sociale huursegment worden in Amsterdam niet onder de € 600,– aangeboden.

Door jaarlijkse huurverhogingen blijft er voor steeds meer huishoudens steeds minder budget over om van te leven

Het Nibud berekende in september 2019 dat een kwart van de Nederlandse huurders financieel klem zit vanwege te hoge woonlasten. Door jaarlijkse huurverhogingen blijft er voor steeds meer huishoudens steeds minder budget over om van te leven. Deze mensen houden te weinig geld over voor bijvoorbeeld boodschappen of een sportabonnement. FAH noemt dit een ernstige vorm van scheefwonen: bewoners met weinig geld in steeds duurdere sociale huurwoningen.

De menselijke maat is volledig zoek. FAH vindt daarom dat huurprijzen van corporatiewoningen niet méér zouden mogen stijgen dan het inflatiepercentage. Dit is ook zo vastgelegd in het Sociaal Huurakkoord 2018-2021, een overeenkomst tussen de Woonbond, de landelijke belangenorganisatie voor huurders, en Aedes, de landelijke stichting van woningcorporaties.

In het Sociaal Huurakkoord staat ook dat de huurprijs kan worden bevroren als bewoners te weinig geld hebben om hun huidige sociale huurwoning te kunnen betalen. FAH vindt dat de woningcorporaties zich aan deze afspraak moeten houden. En ook dat de gemeente meer bescherming moet bieden aan huurders die vanwege betalingsachterstanden hun huis kunnen worden uitgezet.

FAH is tegen de regeling ‘inkomensafhankelijke huur’, waarbij extra huurverhoging kan worden opgelegd wanneer de nieuwe huurder een groter inkomen heeft dan de vorige huurder. FAH vindt het onjuist en ongewenst dat de verhuurder op deze manier aan inkomenspolitiek doet.

FAH vreest ook dat inkomensafhankelijke huurverhogingen de huurprijzen verder zullen opdrijven. Want wie garandeert dat de verhuurder de woning een volgende keer niet liever toewijst aan iemand met een iets groter inkomen in plaats van de huurprijs te verlagen voor iemand met een wat kleiner inkomen?

Vrijkomende sociale huurwoningen moeten juist weer vaker goedkoper worden verhuurd, vindt FAH. De kwaliteit van de woning moet daarbij leidend zijn voor de huurprijs en niet het inkomen van de nieuwe huurder.

FAH vindt dat de gemeente en de woningcorporaties zich moeten bezinnen op de vraag wat nog als ‘betaalbaar’ kan worden bestempeld voor mensen met een klein en gemiddeld inkomen. Het zou mooi zijn als in Amsterdam en omstreken wordt nagedacht over een algemene huurverlaging zodat alle huurders in de stad kunnen blijven wonen. FAH vraagt van de gemeente om hier, samen met de huurders, creatief over na te denken.

Heeft u ideeën over het betaalbaar houden van de huurprijzen? Laat het ons weten.